Inspraak kind twaalf jaar of ouder bij omgangsregeling echtscheiding

De rechter is verplicht om het minderjarige kind dat twaalf jaar of ouder is te horen bij de rechtszitting van de echtscheiding, waarbij een omgangsregeling wordt vastgesteld. De rechter kan bij het uitspreken van een vonnis over een omgangsregeling rekening houden met de mening van een kind. Zo kan hij rekening houden met het feit dat het kind ernstige bezwaren tegen een omgangsregeling met een ouder of met iemand die in een nauwe persoonlijke betrekking met hem staat, zoals een grootouder. Ook kan rekening worden gehouden met de wensen van het kind omtrent de omgangsregeling, bijvoorbeeld als het kind co-ouderschap wenst.

Voorbeeld ernstige bezwaren kind tegen omgangsregeling echtscheiding

Bij een uitspraak over een omgangsregeling tussen kinderen en hun vader, gaven de kinderen aan zich te schamen voor het gedrag van hun vader. De rechter nam de mening van de kinderen mee in zijn overweging, gelet op de leeftijd van de kinderen en op het feit dat ze goed inzicht hadden op de verslaving van hun vader.

Verzoek andere omgangsregeling door kinderen zelf

Het komt niet heel vaak voor dat het kind zelf verzoekt om een andere omgangsregeling. Hoe ouder een kind is, hoe meer kans er is dat het verzoek ingewilligd wordt. Zoals blijkt uit een zaak uit 2006. Het ging in casu om een 15-jarige jongen met ADHD die niet meer ’s nachts bij zijn vader wou verblijven, omdat hij zich dan onveilig voelde. Ondanks dat de vader verrast was door het verzoek en zei nooit het kind ’s nachts alleen te laten, oordeelde de rechtbank tot wijziging van de omgangsregeling, aangezien ‘het kind op deze leeftijd tot op zekere hoogte geacht kan worden zelf invulling te geven aan de omgangsregeling.’(zie Rechtbank Groningen 28 maart 2006, LJN: AV9124).

Voorbeeld verzoek omgangsregeling co-ouderschap door kinderen zelf

Ook twee minderjarigen van vijftien en zeventien jaar oud die co-ouderschap van hun ouders verzochten, kregen te horen dat hun verzoek ingewilligd werd, gezien hun leeftijd en omdat duidelijk naar voren gekomen was dat het hun uitdrukkelijke wens was. De rechtbank verwachtte van de ouders dat ze hun communicatie onderling gingen verbeteren, aangezien dit nodig is voor een co-ouderschapsregeling en er ten tijde van de zaak geen enkele vorm van communicatie tussen de ouders was.

De mening van het kind is van invloed, maar niet alleszeggend voor omgangsregeling

De mening van het kind heeft invloed op de einduitspraak, waarin ook over een omgangsregeling of co-ouderschap kan worden beslist, maar het is niet zo dat alleen deze mening van de minderjarige het belang van het kind bepaalt. Er moeten ook andere omstandigheden zijn die de beweringen van het kind ondersteunen. Daarnaast is de leeftijd en volwassenheid van het kind ook van belang. Het gaat erom of de minderjarige zelf goed kan overzien wat in zijn voordeel is.

Kind kan geen omgangsregeling afdwingen tegen de wil van de ouders

Dat de mening van het kind niet het enige is wat telt betreffende tot de omgangsregeling blijkt uit het verwekker/Jeroen-arrest. Uit de wet volgt dat het kind recht op omgang heeft tot zijn ouders en de ouders recht hebben op omgang met het kind. Het kind kan echter niet een persoonlijk contact met zijn ouder afdwingen, wanneer de ouder dit niet wil. De moeder verzocht namens haar kind een omgangsregeling met zijn verwekker. Deze biologische vader wilde echter niets van het kind weten en had het kind ook niet erkend. De Hoge Raad besliste dat het kind niet de omgang met zijn vader kan afdwingen.